dinsdag 17 januari 2012

Lekker cliché...

Of je het nu intuïtie of een onderbuikgevoel wilt noemen, soms is het er gewoon. Iets in je vertelt je dat het misschien handig is om 'het niet te doen' of om 'er nog eens goed over na te denken'. Dat 'iets in me' vertelde me onlangs dat het misschien niet zo handig was om met onze jongens (2 jr en 10 wkn) uit eten te gaan. Maar in plaats van gehoor te geven aan de innerlijke waarschuwing besloot ik het stopsein te negeren.

Dus daar zitten we dan. Simon naast Micha, ik er tegenover en onze laatste aanwinst staat in de MaxiCosi pontificaal op tafel. We kozen voor een wokrestaurant (lekker informeel) en bespreken onze strategie. "Als ik nou eerst eten ga halen, kun jij daarna met Micha samen en heb ik mijn handen vrij om eventueel rondvliegend eten op te vangen of om Jefta te voeden", begin ik de bespreking. "Goed plan!", stemt Simon in. Zoals zo vaak blijkt ook nu de praktijk iets weerbarstiger dan de theorie. Als Simon aan komt lopen met twee borden eten en mij vertelt wat er allemaal op ligt, ziet Micha zijn kans schoon om hem te smeren. Na een korte zoektocht zit Micha weer tegenover me. Hij werkt zijn patatjes naar binnen terwijl hij zichzelf lekker onder de mayonaise smeert. Op dat detail na, vind ik de avond redelijk rustig verlopen. Aan die rust komt echter abrupt een einde als Simon Micha een stukje zalm aanbiedt. In plaats van gewoon 'nee' te zeggen besluit onze peuter zijn drama-stuk publiekelijk te maken door in huilen uit te barsten en te roepen dat hij geen 'sis' (vis) wil maar 'tahat' (patat) om vervolgens te besluiten dat hij 'uit' wil (uit zijn stoel) om te gaan 'pelen' (spelen). Op datzelfde moment wordt Jefta wakker en een kleine vijf minuten later bevind ik me - met een knorrende maag, een inmiddels blije peuter en een huilende baby - in de speelruimte die het wokpaleis rijk is. Simon en ik wisselen elkaar af om op die manier allebei nog iets te kunnen eten.

Na een minuut of twintig vinden we het welletjes en besluiten we om richting huis te gaan. Ik leg Jefta in de MaxiCosi en Simon zoekt onze spullen bij elkaar. Als ik me omdraai om Micha z'n jas aan te trekken zie ik van alles, behalve Micha. Er volgt een zoektocht waarbij Simon de buitenboel checkt (de nooduitgang staat open) en ik de binnenboel uitkam. Na een paar minuten spot ik een blond jongetje op de arm van een Chinese ober: Micha heeft de beste man duidelijk weten te maken dat hij papa en mama kwijt is en ze zijn samen naar ons op zoek. Ik bedank de ober, leg Micha voor de zoveelste keer uit dat hij niet weg mag lopen en trek hem zijn jas aan. Eindelijk: op naar huis!!

Als ik Micha aan het einde van de avond een kusje ga geven voordat hij gaat slapen, word ik overspoeld met zijn verhalen over de avond. Hij vond het 'pelen' leuk en praat honderduit over de 'sisjes' die in de binnenvijver van het restaurant zwommen. Lachend loop ik naar beneden, smeer een boterham met pindakaas en haal zo de geleden schade van vanavond in. Tijdens mijn wat verlate avondmaaltijd besluit ik toch maar eens wat vaker mijn innerlijke alarmbel te negeren. Want ook al ben ik versleten en lust ik nog wel twee boterhammen: merken dat je kind zo genoten heeft, maakt alles weer goed. Lekker cliché, maar wel hartstikke waar!

Dát doet mijn kind niet! Toch...?

Iedereen (her)kent het wel: de moeder die met een rood hoofd aan haar kind duidelijk probeert te maken dat het niet normaal is om midden in de supermarkt met je hoofd op de grond te gaan liggen slaan omdat je je zin niet krijgt. Als ik weer eens getuige was van een dergelijk tafereel,wist ik één ding heel zeker: míjn kind zou zoiets nooit in zijn hoofd halen.

Het is vrijdagochtend, 6:30 uur. We zitten aan tafel voor het ontbijt. Micha is erg vrolijk, waar ik behoorlijk blij mee ben. De laatste tijd kan hij nogal drammerig en zeurderig reageren. We hebben gebeden en Micha krijgt zijn boterham voorgezet. In plaats van deze lekker op te eten - zoals hij dat normaal gesproken doet - besluit hij nu het bord uit mijn handen te slaan en het op een krijsen te zetten. Papa is er al snel klaar mee en legt Micha terug in zijn bedje.

Rond een uur of één is het tijd voor de lunch. Micha krijgt zijn boterhammetje met jam voorgezet en hij besluit zich hetzelfde te gedragen als deze morgen. "Oké, dan eet je toch niet", besluit ik waarna ik Micha op de grond zet. En dan begint het. Micha stort zichzelf ter aarde en begint met zijn hoofd op de grond te bonken. Hij wordt zó boos dat niets wat ik zeg nog aankom. Ik besluit hem op de gang te zetten in de hoop dat hij daar een beetje afkoelt. Maar dat blijkt ijdele hoop. Op het moment dat ik hem van de gang kom halen, begint het drama opnieuw.

Ten einde raad bel ik een vriendin. Zij heeft vier kinderen die allemaal de tienerleeftijd hebben bereikt en deze peuterfase dus blijkbaar hebben overleefd. Ze geeft me het advies waar ik al bang voor was: volhouden! Tot twee keer toe probeer ik Micha van de gang te halen met de mededeling dat hij kan kiezen: óf rustig worden en zijn boterhammetje eten óf boos blijven en op de gang blijven zitten. Twee keer kiest hij voor de laatste optie, waarbij hij besluit alle schoenen in de gang - zo te horen met grof geweld - van een ander plekje te voorzien. De derde keer kiest hij eieren voor zijn geld, wordt rustig, kruipt bij me op schoot en eet zijn boterhammetje helemaal op.

Enigszins opgelucht ga ik na het eten naast hem op de bank zitten om een boekje met hem te lezen. Ik voel me dankbaar en behoorlijk opgelucht. Opgelucht omdat de strijd gestreden is. En dankbaar omdat Micha besloot deze confrontatie thuis aan te gaan in plaats van midden in de supermarkt…