Ik herinner me alle tips en adviezen die ik kreeg toen ik net zwanger was nog goed. Menig moeder vond het nodig mij voor te bereiden op de aanstaande bevalling met de meest dramatische bevallingsverhalen – serieus, wáárom doen moeders dat?! Die info wil je echt niet krijgen als je nog nooit een kind op de wereld hebt gezet! – en vanaf het moment dat ik mij op een site had geregistreerd als aanstaande moeder, werd ik overspoeld met e-mailnieuwsbrieven.
Niet alleen aanstaande moeders en vrouwenmedia doen hun best je helpen met hun tips & tricks, merkte ik al snel. Ook de gemiddelde verkoper heeft die drang. Zo was daar de overijverige verkoopmedewerkster van een baby-super-store die mij liefdevol een matrasje aansmeerde. “Ja, mevrouw, u kunt natuurlijk voor de goedkopere variant gaan. Maar ja… de kans is aanwezig dat uw kleine zich per ongeluk op zijn buikje draait en vervolgens geen lucht meer kan krijgen omdat u niet voor het duurdere, goed ademende matrasje hebt gekozen. En mocht er onverhoopt echt iets helemaal mis gaan met uw kind (lange stilte om de voorgaande woorden even te laten landen), dan wilt u toch zeker weten dat u er in ieder geval álles aan hebt gedaan?” Tja…
En dan heb ik het nog niet eens gehad over de mevrouw die laatst achter mij stond bij de kassa en mij erop wees dat mijn kind écht een speen nodig had omdat dat bij haar kinderen zó goed had gewerkt dat ze er van overtuigd was dat geen kind zonder speen kon leven. Of over de kraamhulp die mij dag in dag uit vertelde dat Micha nu echt moest gaan leren om in zijn eigen bedje te slapen omdat hij anders op zijn achttiende nog tussen ons in zou liggen.
Ik had het kookpunt na een aantal weken moeder-zijn al wel bereikt. “Waar bemoeien al die mensen zich mee?!”, vroeg ik me af. “Begrijpen ze dan niet dat IK Micha’s moeder ben en hem het beste ken? Dan zal ik toch ook wel weten wat het beste voor hem is?”
Nu, bijna een jaar later, sta ik ietsje relaxter in het moederschap. Niet omdat de tips en adviezen me niet meer om de oren vliegen. De ouderschapsbladen en maandelijkse e-mailnieuwsbrieven zijn er nog steeds. En ook de gemiddelde moeder die ik tegenkom in de supermarkt heeft op de één of andere manier de behoefte om haar ideeën en ervaringen met mij te delen. Het verschil zit hem niet in de omgeving, maar in mijzelf. Ik ben erachter gekomen dat ik een keuze heb. Ik kan zélf beslissen om naar een advies te luisteren of het naast me neer te leggen. Ik heb de vrijheid om mijn eigen raadgevers te kiezen. En ik ben zelf verantwoordelijk voor de bladen die ik lees en de keuze of ik iets met een artikel doe of niet.
Verhelderend, zo’n stukje zelfonderzoek. Dat maakt opvoeden een stuk leuker. Interessanter ook. Uitdagender. Én relaxter. Tjonge… dat ik had ik eerder moeten doen. Waarom heeft niemand mij daar eigenlijk ooit een goede tip over gegeven?
donderdag 4 november 2010
zondag 24 oktober 2010
Opvoeden is loslaten
Iedere moeder weet direct wat ik bedoel als ik zeg dat moedergevoelens behoorlijk bizar kunnen zijn. Moedergevoelens zijn... tja... wat zijn ze eigenlijk? Ik vind ze apart. Intens. En soms ook behoorlijk onvoorspelbaar.
Zoals laatst toen we in een pretpark waren. We stonden op het punt om in de achtbaan te stappen toen deze stil werd gelegd wegens een technisch mankement. Juist... een technisch mankement aan een achtbaan... Dat klonk me nu niet bepaald als muziek in de oren. Tijdens de tien minuten die volgden, passeerden dan ook verschillende doemscenario's. Van 'uit het karretje vallen' tot 'uit de baan vliegen' en van 'vast komen te zitten terwijl we ondersteboven hangen' tot 'twintig keer over de kop gaan omdat ze het ding niet meer kunnen stoppen', het is allemaal minimaal één keer door mijn hoofd geschoten. Tegen de tijd dat we in mochten stappen had ik dan ook besloten dat ik dat écht niet ging doen. "Ik ga toch niet functioneren als proefkonijn?!", was mijn welgemeende reactie. Het bizarre was dat ik die conclusie niet trok omdat ik nou zo bang was voor mijn eigen welbevinden. Dat bleek wel uit de zin die volgde: "Micha heeft z'n moeder nodig." Waar kwam dát nu weer vandaan?! Juist... die moedergevoelens.
Het zijn diezelfde moedergevoelens die mij er zo nu en dan toe drijven om 's nachts bij Micha te gaan kijken of alles nog wel goed gaat. Maar ook tot het even voelen of hij nog wel ademt als hij in diepe slaap is. En soms zelfs tot het mezelf - bijna letterlijk - voor Micha werpen als ik zie dat iemand hem slagroom wil voeren op een verjaardag ("Weet je hoe slecht dat is voor een kind van acht maanden?!") of hem net iets hardhandiger beetpakt dan wat mij betreft normaal is.
"Opvoeden is loslaten", zei een collega tegen mij toen Micha een dag of vijf oud was. Toen dacht ik nog dat dat vanzelf zou gaan. Inmiddels besef ik dat loslaten een keuze is. En dan bedoel ik niet in de zin van 'Stop er maar slagroom in hoor, daar krijgt ´ie niets van!'. Ik bedoel loslaten om aan God te geven. Dat betekent niet dat ik mijn verantwoordelijkheid als moeder niet meer hoef te nemen. Maar dat betekent wel dat ik leer erkennen dat Micha in de eerste plaats een kind van God is. Dat Hij altijd bij hem is en voor hem zorgt. Én dat Hij meer van hem houdt dan zijn aardse papa en ik bij elkaar. Zou Hij dan ook niet weten wat het beste voor Zijn Micha is?
Zoals laatst toen we in een pretpark waren. We stonden op het punt om in de achtbaan te stappen toen deze stil werd gelegd wegens een technisch mankement. Juist... een technisch mankement aan een achtbaan... Dat klonk me nu niet bepaald als muziek in de oren. Tijdens de tien minuten die volgden, passeerden dan ook verschillende doemscenario's. Van 'uit het karretje vallen' tot 'uit de baan vliegen' en van 'vast komen te zitten terwijl we ondersteboven hangen' tot 'twintig keer over de kop gaan omdat ze het ding niet meer kunnen stoppen', het is allemaal minimaal één keer door mijn hoofd geschoten. Tegen de tijd dat we in mochten stappen had ik dan ook besloten dat ik dat écht niet ging doen. "Ik ga toch niet functioneren als proefkonijn?!", was mijn welgemeende reactie. Het bizarre was dat ik die conclusie niet trok omdat ik nou zo bang was voor mijn eigen welbevinden. Dat bleek wel uit de zin die volgde: "Micha heeft z'n moeder nodig." Waar kwam dát nu weer vandaan?! Juist... die moedergevoelens.
Het zijn diezelfde moedergevoelens die mij er zo nu en dan toe drijven om 's nachts bij Micha te gaan kijken of alles nog wel goed gaat. Maar ook tot het even voelen of hij nog wel ademt als hij in diepe slaap is. En soms zelfs tot het mezelf - bijna letterlijk - voor Micha werpen als ik zie dat iemand hem slagroom wil voeren op een verjaardag ("Weet je hoe slecht dat is voor een kind van acht maanden?!") of hem net iets hardhandiger beetpakt dan wat mij betreft normaal is.
"Opvoeden is loslaten", zei een collega tegen mij toen Micha een dag of vijf oud was. Toen dacht ik nog dat dat vanzelf zou gaan. Inmiddels besef ik dat loslaten een keuze is. En dan bedoel ik niet in de zin van 'Stop er maar slagroom in hoor, daar krijgt ´ie niets van!'. Ik bedoel loslaten om aan God te geven. Dat betekent niet dat ik mijn verantwoordelijkheid als moeder niet meer hoef te nemen. Maar dat betekent wel dat ik leer erkennen dat Micha in de eerste plaats een kind van God is. Dat Hij altijd bij hem is en voor hem zorgt. Én dat Hij meer van hem houdt dan zijn aardse papa en ik bij elkaar. Zou Hij dan ook niet weten wat het beste voor Zijn Micha is?
maandag 4 oktober 2010
God's Topmodel
Alles is inmiddels wel gezegd en geschreven over de invloed die programma's als Holland's Next Topmodel hebben op jongeren. Onderzoeken wijzen uit dat meiden het 'mooi moeten zijn' ervaren als de grootste druk van het vrouw zijn. Lijnen doen ze meestal voor een ander en tevreden met hun lichaam zijn ze zelden. Niet dat de programmamakers zich iets aantrekken van de negatieve invloed die ze op (jonge) meiden blijken te hebben. Dat leid ik dan af uit het feit dat het zoveelste seizoen van de verschillende Next Topmodel's inmiddels aan de gang is. Gelukkig is de ergste hype inmiddels voorbij. Tenminste... dat dacht ik.
Toen ik onlangs een speelgoedwinkel binnenwandelde, maakte ik kennis met de nieuwste rage onder jonge meiden: TopModel. Het hoofd marketing van het merk is duidelijk voorstander van de push-strategie. Terwijl ik met de kinderwagen langs de volgestouwde stellage met TopModel-producten rijd, zit deze ook direct vol met spullen. En nee, dit ligt niet aan mijn stuurmanskunsten, maar aan het feit dat de stellage zo dichtbij de ingang straat dat deze gewoonweg niet te ontwijken is. De nietsvermoedende klant - die helemaal niet op zoek is naar een TopModel-product - krijgt deze dus gewoon even letterlijk in de handen geduwd. Ieder product wordt 'gesierd' door een illustratie van een perfect ogende blondine of brunette. Slank lichaam, kort rokje, strak truitje en een uitdagende blik. Een meid die weet wat ze wil. Een meid die om elke vinger een jongen windt en deze weer net zo gemakkelijk aan de kant zet. Het gaat tenslotte om haar. Als zij maar aan haar trekken komt. Dat is niet alleen van haar gezicht af te lezen, het staat ook letterlijk in het glossy magazine dat tevens onderdeel is van de productlijn en jonge meiden aanspoort zichzelf te laten zien en te laten begeren. Talloze tips vertellen de lezeres dat een zelfverzekerde meid sexy gekleed gaat, het kan hebben als haar vriendje met zijn ex gaat stappen en dat geheimpjes binnen een relatie het spannend houden. Het gebruikte beeldmateriaal - foto's van een 12-jarig meisje dat een total makeover krijgt, strakke modellen en plaatjes van 'lekkere hunks' - zetten de geschreven teksten nog wat extra kracht bij. Niet dat dat nodig is, maar toch...
Redelijk geschokt vraag ik de verkoopster wat de doelgroep is van deze glossy en de bijbehorende merchandising. Het antwoord dat ik krijg maakt me nóg geschokter, maar vooral ook strijdlustig. Op het moment dat ze me vertelt dat deze artikelen gericht zijn op meiden van 6 tot 14 jaar, besluit ik een blog te schrijven. En dan niet één om alleen mijn ongenoegen in te uiten. Nee... dat zou half werk zijn. Ik besluit een blog te schrijven met daarin een oproep om meiden te vertellen over échte Topmodels. Zoals Esther bijvoorbeeld. Een prachtige vrouw die haar schoonheid inzette voor God en daarmee een compleet volk redde. Of Hanna die tegen beter weten in bleef vertrouwen, het kind kreeg waar ze zo naar verlangde en het vervolgens teruggaf aan God. Een vrouw van haar woord!
Laten we (jonge) meiden de waarheid vertellen. Ook over hoe God hen ziet. Voor Hem maakt het niet uit of je lang bent of kort, bruin of blond, dik of dun. Ware schoonheid zit van binnen. Hij heeft ons bijna goddelijk gemaakt en gekroond met waardigheid en luister. Iedere ochtend als je voor de spiegel staat mag je tegen jezelf zeggen: "I'm God's Topmodel". Is dat geen toffe boodschap? 'K zou er bijna een glossy magazine over maken. Iemand zin om te investeren? ;)
Toen ik onlangs een speelgoedwinkel binnenwandelde, maakte ik kennis met de nieuwste rage onder jonge meiden: TopModel. Het hoofd marketing van het merk is duidelijk voorstander van de push-strategie. Terwijl ik met de kinderwagen langs de volgestouwde stellage met TopModel-producten rijd, zit deze ook direct vol met spullen. En nee, dit ligt niet aan mijn stuurmanskunsten, maar aan het feit dat de stellage zo dichtbij de ingang straat dat deze gewoonweg niet te ontwijken is. De nietsvermoedende klant - die helemaal niet op zoek is naar een TopModel-product - krijgt deze dus gewoon even letterlijk in de handen geduwd. Ieder product wordt 'gesierd' door een illustratie van een perfect ogende blondine of brunette. Slank lichaam, kort rokje, strak truitje en een uitdagende blik. Een meid die weet wat ze wil. Een meid die om elke vinger een jongen windt en deze weer net zo gemakkelijk aan de kant zet. Het gaat tenslotte om haar. Als zij maar aan haar trekken komt. Dat is niet alleen van haar gezicht af te lezen, het staat ook letterlijk in het glossy magazine dat tevens onderdeel is van de productlijn en jonge meiden aanspoort zichzelf te laten zien en te laten begeren. Talloze tips vertellen de lezeres dat een zelfverzekerde meid sexy gekleed gaat, het kan hebben als haar vriendje met zijn ex gaat stappen en dat geheimpjes binnen een relatie het spannend houden. Het gebruikte beeldmateriaal - foto's van een 12-jarig meisje dat een total makeover krijgt, strakke modellen en plaatjes van 'lekkere hunks' - zetten de geschreven teksten nog wat extra kracht bij. Niet dat dat nodig is, maar toch...
Redelijk geschokt vraag ik de verkoopster wat de doelgroep is van deze glossy en de bijbehorende merchandising. Het antwoord dat ik krijg maakt me nóg geschokter, maar vooral ook strijdlustig. Op het moment dat ze me vertelt dat deze artikelen gericht zijn op meiden van 6 tot 14 jaar, besluit ik een blog te schrijven. En dan niet één om alleen mijn ongenoegen in te uiten. Nee... dat zou half werk zijn. Ik besluit een blog te schrijven met daarin een oproep om meiden te vertellen over échte Topmodels. Zoals Esther bijvoorbeeld. Een prachtige vrouw die haar schoonheid inzette voor God en daarmee een compleet volk redde. Of Hanna die tegen beter weten in bleef vertrouwen, het kind kreeg waar ze zo naar verlangde en het vervolgens teruggaf aan God. Een vrouw van haar woord!
Laten we (jonge) meiden de waarheid vertellen. Ook over hoe God hen ziet. Voor Hem maakt het niet uit of je lang bent of kort, bruin of blond, dik of dun. Ware schoonheid zit van binnen. Hij heeft ons bijna goddelijk gemaakt en gekroond met waardigheid en luister. Iedere ochtend als je voor de spiegel staat mag je tegen jezelf zeggen: "I'm God's Topmodel". Is dat geen toffe boodschap? 'K zou er bijna een glossy magazine over maken. Iemand zin om te investeren? ;)
vrijdag 24 september 2010
Less is more...
Iedereen kent ze wel. Van die moeders die met zes tassen, drie kinderwagens en twee campingbedjes de deur uitlopen als ze een avondje met hun kleine op stap gaan. Overal zijn ze op voorbereid. Vieze luiers, het verschonen van complete outfits, ja zelfs wanneer er een bedje spontaan uit elkaar komt vallen dan wordt er een oplossing uit de tas getoverd. Persoonlijk ben ik meer van de ´less is more´. Met billendoekjes kun je ook best een neusje schoonmaken en met ducktape repareer je werkelijk álles. Met die gedachte ging ik pakken voor ons eerste weekendje weg als gezinnetje.
Op vrijdagmiddag vertrekken we. Dit betekent dat de donderdag bij mij volledig in het teken staat van 'inpakken en wegwezen'. Nog even wat boodschapjes doen, spulletjes van mijn man bij elkaar rapen en mijn eigen kleren inpakken. Daarna neem ik nog uitgebreid de tijd om de spullen voor Micha zorgvuldig uit te zoeken en in te pakken. Zo'n eerste keer weg als gezin wil je niet het hele weekend naar de winkel heen en weer moeten rijden omdat je de helft bent vergeten. Aan het einde van de dag ben ik behoorlijk trots op mezelf en een schouderklopje lijkt me dan ook wel op zijn plaats. "Dat heb je goed gedaan", spreek ik mezelf toe. "Zoveel heb je niet bij je en toch ben je niets vergeten." Als mijn man 's avonds thuiskomt, blijkt hij een andere mening toebedeeld. Hij vindt namelijk dat ik wél teveel mee neem. Of ik echt wel een grote bak voor op de kinderwagen nodig heb én een wiegje. Moet het wipstoeltje echt mee? En het speelkleed kan toch ook wel thuisblijven?
Oké dan, geef ik uiteindelijk toe. Misschien dat ik toch wel ietsje teveel mee wil nemen voor één weekendje weg. Maar alle andere dingen die ik in heb gepakt, heb ik écht nodig! Negen zwemluiers is niet overdreven. We gaan toch zeker wel drie keer zwemmen. En stel dat hij er nu elke keer één vol poept. Dan hebben we er al zes nodig. En wat als daar nu ook wat mee gebeurt? Dan ben je toch echt wel blij dat ik er nóg drie bij me hem hoor! En nee... vijf stelletjes kleding voor één weekend is ook echt niet teveel. Hij spuugt, poept en plast altijd alles onder! Twee slaapzakken is noodzakelijk, zeven hydrofiele luiers is echt het minimum en vier pyama's is ook geen overbodige luxe. Drie knuffels zijn nodig voor de afwisseling, mijn kolfapparaat moet mee voor de zekerheid en ja... natúúrlijk moeten we zes rompertjes meenemen. Weet je hoe snel die dingen vies worden?
Zucht... de waarheid is hard: ik ben óók zo'n moeder die met zes tassen, drie kinderwagens en twee campingbedjes de deur uitstapt als ze met haar kleintje op stap gaat. Alhoewel ik het 'less is more'-princpe niet volledig los heb gelaten. Bij aankomst in het huisje blijkt namelijk dat ik geen sokjes bij me heb voor de kleine. Daarnaast ben ik vergeten om drinken mee te nemen, heb ik geen boter bij me én niet de juiste ingrediënten om vanavond eten te kunnen bereiden. Aan een verlengsnoer voor het gourmetstel heb ik niet gedacht en nee... handdoeken zitten ook niet in onze koffer.
Nou ja, al doende leert men, zullen we maar zeggen. Heb nog een maand of twee tot aan onze vakantie naar Spanje. Dan gaat het vast een stuk beter! Hoop ik...
Op vrijdagmiddag vertrekken we. Dit betekent dat de donderdag bij mij volledig in het teken staat van 'inpakken en wegwezen'. Nog even wat boodschapjes doen, spulletjes van mijn man bij elkaar rapen en mijn eigen kleren inpakken. Daarna neem ik nog uitgebreid de tijd om de spullen voor Micha zorgvuldig uit te zoeken en in te pakken. Zo'n eerste keer weg als gezin wil je niet het hele weekend naar de winkel heen en weer moeten rijden omdat je de helft bent vergeten. Aan het einde van de dag ben ik behoorlijk trots op mezelf en een schouderklopje lijkt me dan ook wel op zijn plaats. "Dat heb je goed gedaan", spreek ik mezelf toe. "Zoveel heb je niet bij je en toch ben je niets vergeten." Als mijn man 's avonds thuiskomt, blijkt hij een andere mening toebedeeld. Hij vindt namelijk dat ik wél teveel mee neem. Of ik echt wel een grote bak voor op de kinderwagen nodig heb én een wiegje. Moet het wipstoeltje echt mee? En het speelkleed kan toch ook wel thuisblijven?
Oké dan, geef ik uiteindelijk toe. Misschien dat ik toch wel ietsje teveel mee wil nemen voor één weekendje weg. Maar alle andere dingen die ik in heb gepakt, heb ik écht nodig! Negen zwemluiers is niet overdreven. We gaan toch zeker wel drie keer zwemmen. En stel dat hij er nu elke keer één vol poept. Dan hebben we er al zes nodig. En wat als daar nu ook wat mee gebeurt? Dan ben je toch echt wel blij dat ik er nóg drie bij me hem hoor! En nee... vijf stelletjes kleding voor één weekend is ook echt niet teveel. Hij spuugt, poept en plast altijd alles onder! Twee slaapzakken is noodzakelijk, zeven hydrofiele luiers is echt het minimum en vier pyama's is ook geen overbodige luxe. Drie knuffels zijn nodig voor de afwisseling, mijn kolfapparaat moet mee voor de zekerheid en ja... natúúrlijk moeten we zes rompertjes meenemen. Weet je hoe snel die dingen vies worden?
Zucht... de waarheid is hard: ik ben óók zo'n moeder die met zes tassen, drie kinderwagens en twee campingbedjes de deur uitstapt als ze met haar kleintje op stap gaat. Alhoewel ik het 'less is more'-princpe niet volledig los heb gelaten. Bij aankomst in het huisje blijkt namelijk dat ik geen sokjes bij me heb voor de kleine. Daarnaast ben ik vergeten om drinken mee te nemen, heb ik geen boter bij me én niet de juiste ingrediënten om vanavond eten te kunnen bereiden. Aan een verlengsnoer voor het gourmetstel heb ik niet gedacht en nee... handdoeken zitten ook niet in onze koffer.
Nou ja, al doende leert men, zullen we maar zeggen. Heb nog een maand of twee tot aan onze vakantie naar Spanje. Dan gaat het vast een stuk beter! Hoop ik...
dinsdag 14 september 2010
Ouders draaien door
Als ik het opvoedblad J/M en maandblad Psychologie moet geloven, is ons acht maanden geleden iets vreselijks overkomen: we kregen een kind. En dat betekent een hoop ellende. Uit recent onderzoek blijkt namelijk dat ouderschap niet gelukkiger maakt. Nee, opvoeden is vooral vermoeiend en stressvol. Het bezorgt je angst en schuldgevoel. De overtuiging dat je kind maakbaar is, maakt bovendien dat je het faliekant fout kunt doen. Kortom: de verantwoordelijkheid is killing. Opvoeden is anno 2010 meer een opgave dan een voorrecht.
Na het verschijnen van het ‘J/M-onderzoek’ buitelen de verschillende ‘logen’ en ‘gogen’ over elkaar heen. Zij hebben allemaal dé verklaring voor de uitkomsten van het onderzoek. Ook onder ouders is het onderzoek het gesprek van de dag. Men voelt zich erkent. Het is fijn om te weten dat de buurvrouw óók gebukt gaat onder de opvoeding van haar kinderen. Dat is trouwens niet zo raar, want ze maakt zich schuldig aan overbescherming. Net als die andere ouders die hun kroost opvoeden tot onzelfstandige watjes, aldus een kleine 50% van de ondervraagden die meewerkten aan het eerder genoemde onderzoek.
Terwijl ik de uitkomsten van het onderzoek lees, vraag ik me af waarom ik mezelf niet herken in de hier geschetste ouder. En dat terwijl het onderzoek zeer representatief is. Dat wordt meerdere malen benadrukt in het persbericht en op de bijbehorende internetsite. Natúúrlijk ben ik ook wel eens onzeker en bang dat ik zal falen. Maar dat komt dan vooral omdat anderen vinden dat ze mij moeten vertellen hoe ik míjn kind op zou moeten voeden. En omdat het in gesprekken met andere moeders ALTIJD over de kinderen moet gaan. Zulke gesprekken verzanden om de één of andere reden al snel in competitieve discussies. “Loopt die van jou nog stééds niet? Nou, die van mij al vier weken hoor!” of “Goh, zijn haar tandjes nóg niet door? Wat een laatbloeier!”.
“We moeten uitkijken dat we niet verworden tot hyperouders”, concludeert de onderzoeksredacteur van J/M. Maar hoe zorgen we ervoor dat we als ouders niet volledig doordraaien (waar volgens het onderzoek al redelijk sprake van is)? Laat ik me er niet aan wagen om andere jonge moeders het ongevraagde advies te geven waar ik zelf zo’n hekel aan heb. In plaats daarvan wil ik je vragen de raad van Jezus te volgen en niet die van de wereld. Jezelf te zien door Zijn ogen in plaats van door de ogen van de wereld. Je rust bij Hem te vinden in plaats van bij de yogales. En misschien mag ik je uitdagen om te accepteren dat de perfecte ouder niet bestaat?
Na het verschijnen van het ‘J/M-onderzoek’ buitelen de verschillende ‘logen’ en ‘gogen’ over elkaar heen. Zij hebben allemaal dé verklaring voor de uitkomsten van het onderzoek. Ook onder ouders is het onderzoek het gesprek van de dag. Men voelt zich erkent. Het is fijn om te weten dat de buurvrouw óók gebukt gaat onder de opvoeding van haar kinderen. Dat is trouwens niet zo raar, want ze maakt zich schuldig aan overbescherming. Net als die andere ouders die hun kroost opvoeden tot onzelfstandige watjes, aldus een kleine 50% van de ondervraagden die meewerkten aan het eerder genoemde onderzoek.
Terwijl ik de uitkomsten van het onderzoek lees, vraag ik me af waarom ik mezelf niet herken in de hier geschetste ouder. En dat terwijl het onderzoek zeer representatief is. Dat wordt meerdere malen benadrukt in het persbericht en op de bijbehorende internetsite. Natúúrlijk ben ik ook wel eens onzeker en bang dat ik zal falen. Maar dat komt dan vooral omdat anderen vinden dat ze mij moeten vertellen hoe ik míjn kind op zou moeten voeden. En omdat het in gesprekken met andere moeders ALTIJD over de kinderen moet gaan. Zulke gesprekken verzanden om de één of andere reden al snel in competitieve discussies. “Loopt die van jou nog stééds niet? Nou, die van mij al vier weken hoor!” of “Goh, zijn haar tandjes nóg niet door? Wat een laatbloeier!”.
“We moeten uitkijken dat we niet verworden tot hyperouders”, concludeert de onderzoeksredacteur van J/M. Maar hoe zorgen we ervoor dat we als ouders niet volledig doordraaien (waar volgens het onderzoek al redelijk sprake van is)? Laat ik me er niet aan wagen om andere jonge moeders het ongevraagde advies te geven waar ik zelf zo’n hekel aan heb. In plaats daarvan wil ik je vragen de raad van Jezus te volgen en niet die van de wereld. Jezelf te zien door Zijn ogen in plaats van door de ogen van de wereld. Je rust bij Hem te vinden in plaats van bij de yogales. En misschien mag ik je uitdagen om te accepteren dat de perfecte ouder niet bestaat?
donderdag 9 september 2010
De multifunctionele Maggi-moeder
Wij kunnen niet zo goed door één deur samen, de multifunctionele moeder en ik. Multifunctioneel was ik zéker. Werken, schoonmaken, koken, strijken, even langs bij vrienden, jeugdwerk, een avondje uit eten... en dat allemaal in twee dagen tijd. Geen enkel probleem!
Maar toen werd ik mama. En dat verandert alles. Je ritme, je prioriteiten, je sociale contacten... echt álles. Je wereld staat op zijn kop. En dat brengt nogal eens wat ongemakjes met zich mee. Zoals hormonen die je zo nu en dan aardig van de kook kunnen brengen. Of het feit dat je een stuk minder energie hebt dan je eigenlijk zou willen.
Da´s trouwens een bekend probleem. Ik las onlangs dat er een taboe rust op toegeven dat het eerste jaar best pittig is. En om de één of andere reden houden we dit met z´n allen lekker in stand. We werken, doen het huishouden, zorgen voor de kids en onderhouden onze sociale contacten. Als iemand ons vraagt hoe het met ons gaat, dan zetten we een grote glimlach op en roepen zo hard als we kunnen dat het héél goed gaat! Want ja, als iedereen zegt dat het allemaal prima te doen is, dan ben jij natuurlijk niet degene die aangeeft het soms best wel eens pittig te vinden. Stel je voor! Wat zullen ze wel niet van je denken!
De reclamewereld helpt ons ook niet echt om het taboe te doorbreken. In plaats daarvan reikt ze ons de meest ‘geweldige’ oplossingen aan. Als ik Lu mag geloven kan ik werkelijk álles tegelijk, zodra ik hun crackers ga eten als ontbijt. Ja, na een lekkere Vitalu cracker ben ik er helemaal klaar voor om de hele dag ´alle ballen in de lucht te houden´. Mocht ik me na het eten van zo´n geweldige energie-cracker 's avonds niet fit genoeg voelen om eten te koken, dan biedt Maggi uitkomst. 'Een moderne moeder kan álles tegelijk', aldus de bekende reclame. En om haar daar een beetje bij te helpen, heeft Maggi het braadstomen ontwikkeld. Kun je nog even een salade maken, je ramen zemen, het huis schoonmaken én een spelletje met je kinderen spelen terwijl je kipje rustig gaart in de oven. Ideaal!
Lieve jonge moeders en andere betrokkenen: kunnen we alsjeblieft stoppen om elkaar voor de gek te houden? 80% van de moeders ervaart dagelijks druk tijdens de 'ochtendspits' en één op de drie moeders laat haar ontbijt staan omdat ze daarvoor tijd te kort komt. Als we nu gewoon eens toegeven dat het soms best pittig is. Scheelt ons een hoop energie die we een stuk beter kunnen gebruiken! En mochten de multifunctionele Maggi-moeders écht bestaan, kan er zich dan minimaal eentje bij mij melden? Ik heb namelijk nog wat achterstallige strijk liggen. Zou lekker zijn als die deze week even wordt weggewerkt...
Maar toen werd ik mama. En dat verandert alles. Je ritme, je prioriteiten, je sociale contacten... echt álles. Je wereld staat op zijn kop. En dat brengt nogal eens wat ongemakjes met zich mee. Zoals hormonen die je zo nu en dan aardig van de kook kunnen brengen. Of het feit dat je een stuk minder energie hebt dan je eigenlijk zou willen.
Da´s trouwens een bekend probleem. Ik las onlangs dat er een taboe rust op toegeven dat het eerste jaar best pittig is. En om de één of andere reden houden we dit met z´n allen lekker in stand. We werken, doen het huishouden, zorgen voor de kids en onderhouden onze sociale contacten. Als iemand ons vraagt hoe het met ons gaat, dan zetten we een grote glimlach op en roepen zo hard als we kunnen dat het héél goed gaat! Want ja, als iedereen zegt dat het allemaal prima te doen is, dan ben jij natuurlijk niet degene die aangeeft het soms best wel eens pittig te vinden. Stel je voor! Wat zullen ze wel niet van je denken!
De reclamewereld helpt ons ook niet echt om het taboe te doorbreken. In plaats daarvan reikt ze ons de meest ‘geweldige’ oplossingen aan. Als ik Lu mag geloven kan ik werkelijk álles tegelijk, zodra ik hun crackers ga eten als ontbijt. Ja, na een lekkere Vitalu cracker ben ik er helemaal klaar voor om de hele dag ´alle ballen in de lucht te houden´. Mocht ik me na het eten van zo´n geweldige energie-cracker 's avonds niet fit genoeg voelen om eten te koken, dan biedt Maggi uitkomst. 'Een moderne moeder kan álles tegelijk', aldus de bekende reclame. En om haar daar een beetje bij te helpen, heeft Maggi het braadstomen ontwikkeld. Kun je nog even een salade maken, je ramen zemen, het huis schoonmaken én een spelletje met je kinderen spelen terwijl je kipje rustig gaart in de oven. Ideaal!
Lieve jonge moeders en andere betrokkenen: kunnen we alsjeblieft stoppen om elkaar voor de gek te houden? 80% van de moeders ervaart dagelijks druk tijdens de 'ochtendspits' en één op de drie moeders laat haar ontbijt staan omdat ze daarvoor tijd te kort komt. Als we nu gewoon eens toegeven dat het soms best pittig is. Scheelt ons een hoop energie die we een stuk beter kunnen gebruiken! En mochten de multifunctionele Maggi-moeders écht bestaan, kan er zich dan minimaal eentje bij mij melden? Ik heb namelijk nog wat achterstallige strijk liggen. Zou lekker zijn als die deze week even wordt weggewerkt...
donderdag 6 mei 2010
"Voor je kind doe je alles. Zélfs zwemmen..."
Ik heb een vreselijke hekel aan zwembaden. De laatste keer dat ik er één bezocht is dan ook al zo´n tien jaar geleden. De ellende begint al zodra je een zwembad binnenstapt. Of het nu zomer of winter is, door de warmte plakken direct al je kleren aan je lijf. En dan het omkleden... Zo snel als je kunt trek je die plakkende kleren van je lijf waarna je een zucht van verlichting slaakt.
Daarna stop je je kleren in een kluisje om er op het moment dat je het kluisje dicht wilt draaien achter te komen dat je een euro had moeten hebben om het ding werkelijk op slot te kunnen doen. Gelukkig heb je die euro wel bij je, alleen dit muntstukje zit - tot je grote frustratie - nog in je broekzak. Na tien minuten heb je je broek, en dus de euro, uit je kluisje gevist en dan kun je (EINDELIJK!) op weg naar het zwembad zelf.
Eenmaal bij het zwembad aangekomen begint het volgende ellendige moment: je moet het water in. En dat water is KOUD! Oké, als je eenmaal 'door' bent dan gaat het wel maar toch... het water inspringen is niet mijn meest favoriete bezigheid. Er weer uit gaan trouwens ook niet. Ik ben dan namelijk net aan de temperatuur van het water gewend en dus is het buiten het bad weer koud.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over het moment dat je - al druipend - je kleren uit je kluisje moet vissen om jezelf aan te kunnen kleden. Goed, het mag duidelijk zijn: ik heb een hekel aan zwembaden!
"Waarom ben ik vandaag dan toch in een zwembad?!?", vraag ik mezelf bijna hardop af als ik daar afgelopen dinsdag de deur binnen stap. O ja... ik ben hier vandaag niet voor mezelf. Micha, ons zoontje van tien weken, gaat vandaag voor de eerste keer babyzwemmen. Z'n badje vindt hij zo geweldig dat ik heb bedacht dat hij zwemmen in een echt zwembad waarschijnlijk helemaal fantastisch vindt. En ja... voor je kind doe je (bijna) alles. Zélfs zwemmen.
Na het kopen van een kaartje loop ik door naar de pashokjes om zo snel mogelijk mijn (plakkende) kleren uit te trekken. Vervolgens loop ik - mezelf afvragend waarom die pashokjes zo klein zijn dat je je kont er amper in kunt keren - naar de kluisjes om mijn kleding op te bergen. Mijn euro verdwijnt in het kastje (ik was deze keer zo bijdehand geweest het muntstukje bij de hand te houden) en dan ben ik er klaar voor! Op naar het zwembad om daar Micha uit te kleden en samen met hem het water in te gaan. "Gelukkig gaan we babyzwemmen", zeg ik tegen hem. "Dan is het water tenminste niet zo koud." Als ik een minuut of vijf later het water inloop, blijkt dat een leugen te zijn. Het water is namelijk wél koud. Dat vindt Micha ook. Als ik hem kennis laat maken met het water, trekt hij een pruillipje en begint hij te huilen.
Dan begint de zwemles. "Lekker spetteren, spat, spat, spat", zingt de badjuffouw. Alle kinderen slaan druk op het water met hun handjes en trappelen met de voetjes. Micha natuurlijk niet, daar is hij nog een beetje te jong voor. Na een paar minuten besluit ik - mede door het pruillipje van Micha - dat dit hele gebeuren niet zo een slimme zet is geweest. Micha lijkt hierin vast op zijn moeder: hij heeft gewoon ook een hekel aan zwembaden. Ik wil net het water uitstappen als ik Micha ineens zie lachen. Blijkbaar zijn al die spetterende baby's érg grappig. Nou, nog maar even aankijken dan. "Nu is het tijd om écht te gaan zwemmen", kondigt de badjuffrouw aan. "Kom het diepe maar in gelopen met jullie kindjes". Verschrikt pakt Micha het bandje van mijn bikini met zijn ene hand. Het andere handje slaat hij om mijn nek. Hij laat me het komende halfuur niet meer los, maar een plezier dat hij heeft! Lekker zingend en al rondjes draaiend zweef ik met Micha door het water. Hij geniet met volle teugen!
Na de zwemles is het tijd om ons weer aan te kleden. Zelfs dát vindt Micha leuk. Hij moet lachen als hij zelf wordt aangekleed en ook een mama die zichzelf afdroogt is blijkbaar hilarisch. Als we een kwartiertje later het zwembad uitlopen, kijk ik nog even in de Maxi Cosi om te zien hoe het met Micha gaat. Hij kijkt me aan, schenkt me een brede glimlach en vervalt vervolgens tevreden in slaap. Tjongje... ik vraag me echt af waarom ik eigenlijk al tien jaar niet meer in een zwembad ben geweest. Zwemmen is zó ontzettend leuk...!
Daarna stop je je kleren in een kluisje om er op het moment dat je het kluisje dicht wilt draaien achter te komen dat je een euro had moeten hebben om het ding werkelijk op slot te kunnen doen. Gelukkig heb je die euro wel bij je, alleen dit muntstukje zit - tot je grote frustratie - nog in je broekzak. Na tien minuten heb je je broek, en dus de euro, uit je kluisje gevist en dan kun je (EINDELIJK!) op weg naar het zwembad zelf.
Eenmaal bij het zwembad aangekomen begint het volgende ellendige moment: je moet het water in. En dat water is KOUD! Oké, als je eenmaal 'door' bent dan gaat het wel maar toch... het water inspringen is niet mijn meest favoriete bezigheid. Er weer uit gaan trouwens ook niet. Ik ben dan namelijk net aan de temperatuur van het water gewend en dus is het buiten het bad weer koud.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over het moment dat je - al druipend - je kleren uit je kluisje moet vissen om jezelf aan te kunnen kleden. Goed, het mag duidelijk zijn: ik heb een hekel aan zwembaden!
"Waarom ben ik vandaag dan toch in een zwembad?!?", vraag ik mezelf bijna hardop af als ik daar afgelopen dinsdag de deur binnen stap. O ja... ik ben hier vandaag niet voor mezelf. Micha, ons zoontje van tien weken, gaat vandaag voor de eerste keer babyzwemmen. Z'n badje vindt hij zo geweldig dat ik heb bedacht dat hij zwemmen in een echt zwembad waarschijnlijk helemaal fantastisch vindt. En ja... voor je kind doe je (bijna) alles. Zélfs zwemmen.
Na het kopen van een kaartje loop ik door naar de pashokjes om zo snel mogelijk mijn (plakkende) kleren uit te trekken. Vervolgens loop ik - mezelf afvragend waarom die pashokjes zo klein zijn dat je je kont er amper in kunt keren - naar de kluisjes om mijn kleding op te bergen. Mijn euro verdwijnt in het kastje (ik was deze keer zo bijdehand geweest het muntstukje bij de hand te houden) en dan ben ik er klaar voor! Op naar het zwembad om daar Micha uit te kleden en samen met hem het water in te gaan. "Gelukkig gaan we babyzwemmen", zeg ik tegen hem. "Dan is het water tenminste niet zo koud." Als ik een minuut of vijf later het water inloop, blijkt dat een leugen te zijn. Het water is namelijk wél koud. Dat vindt Micha ook. Als ik hem kennis laat maken met het water, trekt hij een pruillipje en begint hij te huilen.
Dan begint de zwemles. "Lekker spetteren, spat, spat, spat", zingt de badjuffouw. Alle kinderen slaan druk op het water met hun handjes en trappelen met de voetjes. Micha natuurlijk niet, daar is hij nog een beetje te jong voor. Na een paar minuten besluit ik - mede door het pruillipje van Micha - dat dit hele gebeuren niet zo een slimme zet is geweest. Micha lijkt hierin vast op zijn moeder: hij heeft gewoon ook een hekel aan zwembaden. Ik wil net het water uitstappen als ik Micha ineens zie lachen. Blijkbaar zijn al die spetterende baby's érg grappig. Nou, nog maar even aankijken dan. "Nu is het tijd om écht te gaan zwemmen", kondigt de badjuffrouw aan. "Kom het diepe maar in gelopen met jullie kindjes". Verschrikt pakt Micha het bandje van mijn bikini met zijn ene hand. Het andere handje slaat hij om mijn nek. Hij laat me het komende halfuur niet meer los, maar een plezier dat hij heeft! Lekker zingend en al rondjes draaiend zweef ik met Micha door het water. Hij geniet met volle teugen!
Na de zwemles is het tijd om ons weer aan te kleden. Zelfs dát vindt Micha leuk. Hij moet lachen als hij zelf wordt aangekleed en ook een mama die zichzelf afdroogt is blijkbaar hilarisch. Als we een kwartiertje later het zwembad uitlopen, kijk ik nog even in de Maxi Cosi om te zien hoe het met Micha gaat. Hij kijkt me aan, schenkt me een brede glimlach en vervalt vervolgens tevreden in slaap. Tjongje... ik vraag me echt af waarom ik eigenlijk al tien jaar niet meer in een zwembad ben geweest. Zwemmen is zó ontzettend leuk...!
Abonneren op:
Posts (Atom)