vrijdag 16 maart 2012

Het heeft een naam!

Het is half één 's nachts. Compleet gesloopt loop ik naar Jefta's kamer. Ik tref hem al mopperend en sabbelend op zijn handjes aan. De boodschap is duidelijk: hij wil eten. Eerlijk gezegd ben ik een beetje wanhopig. Sliep ons mannetje de afgelopen week bijna het klokje rond, de laatste nachten komt hij een keer of twee per nacht voor een voeding. Zo ook deze nacht; om vijf uur heeft meneer wederom honger. "Wat is er toch met je aan de hand?", vraag ik Jefta met tranen in mijn ogen.

Ik begrijp er helemaal niets van. Niet alleen 's nachts, maar ook overdag wil Jefta vaker drinken. Een keer of zeven à acht per dag is echt geen uitzondering. Niet dat ik dit tegen de mensen om me heen vertel. Nee... op opmerkingen als "Je moet hem gewoon laten huilen" of "Misschien heb je niet genoeg melk meer" zit ik nu echt niet te wachten. Maar wat moet ik dan wel doen? Na alles geprobeerd te hebben besluit ik op Google in te tikken: baby, vier maanden, drinkt ineens veel. De zoekresultaten die op mijn scherm verschijnen hebben één woord gemeen: viermaandendip.

Viermaandendip? Daar heb ik nog nooit van gehoord. Ik begin driftig te lezen. Baby komt veel vaker voor voeding: check. Baby drinkt onrustig: check. Borsten voelen leeg: check. Moeder en kind zijn gefrustreerd: check, check, check! Ja hoor, we hebben hem: de beruchte viermaandendip. Het heeft een naam, hoera!

Nog nooit was ik zo gelukkig met een dip. Mijn man is de eerste die het hele verhaal te horen krijgt. Mijn moeder vertel door de telefoon wat er aan de hand is. En de rest van de wereld praat ik via de social media uitgebreid bij. Laat iedereen het horen: het ligt niet aan mij, het ligt niet aan ons kind... we hebben gewoon een dipje!

Het is half één 's nachts. Compleet gesloopt loop ik naar Jefta's kamer. Ik tref hem al mopperend en sabbelend op zijn handjes aan. De boodschap is duidelijk: hij wil eten. Ik haal hem uit zijn bedje en spreek hem vriendelijk toe: "Geeft niets vent, kom maar lekker wat drinken bij mama. We hebben ons viermaandendipje. Nog even volhouden kereltje. Het gaat vanzelf weer over..."

maandag 27 februari 2012

Regeltje hier, grensje daar...

Voordat ik kinderen had, wist ik het wel. Hoe je op moet voeden, bedoel ik. Regeltje hier, grensje daar... je moet je gewoon niet gek laten maken. Jij bent de baas. En daarmee klaar!

Nu ik zelf kinderen heb, piep ik wel anders. En dan zijn ze nog niet eens zo oud. Er zijn momenten dat ik écht even niet weet wat wijsheid is. Zoals laatst bijvoorbeeld. We zijn de hele avond in de weer met Micha. Dat overkomt ons nooit en alleen dat feit maakt al dat we een beetje van slag zijn. Micha ligt uren te huilen, zonder dat we erachter kunnen komen wat nu precies het probleem is. We zingen, halen water en smeren zelfs een boterhammetje. Hij is net ziek geweest en misschien heeft hij wel trek. Klinkt hartstikke logisch en je wilt toch niet zo'n ouder zijn die z'n kind bijna laat verhongeren? Stel je voor zeg... Tegen een uur of elf valt Micha uitgeput in slaap en wij kunnen inmiddels ook wel wat slaap gebruiken.

De volgende dag begint voorafgaand aan zijn middagdutje het verhaal weer van voor af aan. Deze keer wil Micha pas gaan slapen als de lamp aan mag blijven. Dan valt het kwartje bij mij: niets geen trek omdat ie ziek is geweest, onze kleine peuterpuber heeft ons gewoon een avondje om zijn kleine vingertje weten te winden! Ik besluit de lamp aan te laten om deze uit te doen zodra hij slaapt en daarna eens een stevig gesprekje met hem te voeren.

Als Micha uit bed komt vraag ik hoe hij geslapen heeft (goed). Wat fijn Micha! En was de lamp aan toen je wakker werd? (nee!). Nou, dat is toch fijn! Je hebt dus lekker geslapen terwijl de lamp uit was?! Dan gaan we dat vanavond ook maar doen, goed? En weet je wat? Dan gaan we ook niet meer huilen om een andere gekke reden, oké?

Als we Micha 's avonds op bed leggen halen we het gesprekje van die middag nog even aan en vertellen hem dat papa en mama niet voor ieder wissewasje naar boven zullen komen. Micha zegt dat hij het begrijpt om het vervolgens uiteraard weer op een krijsen te zetten zodra we weglopen. Na een minuut of tien staakt hij zijn strijd en valt hij in slaap.

Ik laat mezelf opgelucht op de bank vallen en denk terug aan de mening die ik had over opvoeden toen ik nog geen kinderen had. Dat je je niet gek moet laten maken klopt. En dat jij de baas bent, klopt zeker. Maar bij opvoeden komt in de praktijk toch iets meer kijken dan ik ooit in theorie heb gedacht. Da's een ding wat zeker is...

dinsdag 17 januari 2012

Lekker cliché...

Of je het nu intuïtie of een onderbuikgevoel wilt noemen, soms is het er gewoon. Iets in je vertelt je dat het misschien handig is om 'het niet te doen' of om 'er nog eens goed over na te denken'. Dat 'iets in me' vertelde me onlangs dat het misschien niet zo handig was om met onze jongens (2 jr en 10 wkn) uit eten te gaan. Maar in plaats van gehoor te geven aan de innerlijke waarschuwing besloot ik het stopsein te negeren.

Dus daar zitten we dan. Simon naast Micha, ik er tegenover en onze laatste aanwinst staat in de MaxiCosi pontificaal op tafel. We kozen voor een wokrestaurant (lekker informeel) en bespreken onze strategie. "Als ik nou eerst eten ga halen, kun jij daarna met Micha samen en heb ik mijn handen vrij om eventueel rondvliegend eten op te vangen of om Jefta te voeden", begin ik de bespreking. "Goed plan!", stemt Simon in. Zoals zo vaak blijkt ook nu de praktijk iets weerbarstiger dan de theorie. Als Simon aan komt lopen met twee borden eten en mij vertelt wat er allemaal op ligt, ziet Micha zijn kans schoon om hem te smeren. Na een korte zoektocht zit Micha weer tegenover me. Hij werkt zijn patatjes naar binnen terwijl hij zichzelf lekker onder de mayonaise smeert. Op dat detail na, vind ik de avond redelijk rustig verlopen. Aan die rust komt echter abrupt een einde als Simon Micha een stukje zalm aanbiedt. In plaats van gewoon 'nee' te zeggen besluit onze peuter zijn drama-stuk publiekelijk te maken door in huilen uit te barsten en te roepen dat hij geen 'sis' (vis) wil maar 'tahat' (patat) om vervolgens te besluiten dat hij 'uit' wil (uit zijn stoel) om te gaan 'pelen' (spelen). Op datzelfde moment wordt Jefta wakker en een kleine vijf minuten later bevind ik me - met een knorrende maag, een inmiddels blije peuter en een huilende baby - in de speelruimte die het wokpaleis rijk is. Simon en ik wisselen elkaar af om op die manier allebei nog iets te kunnen eten.

Na een minuut of twintig vinden we het welletjes en besluiten we om richting huis te gaan. Ik leg Jefta in de MaxiCosi en Simon zoekt onze spullen bij elkaar. Als ik me omdraai om Micha z'n jas aan te trekken zie ik van alles, behalve Micha. Er volgt een zoektocht waarbij Simon de buitenboel checkt (de nooduitgang staat open) en ik de binnenboel uitkam. Na een paar minuten spot ik een blond jongetje op de arm van een Chinese ober: Micha heeft de beste man duidelijk weten te maken dat hij papa en mama kwijt is en ze zijn samen naar ons op zoek. Ik bedank de ober, leg Micha voor de zoveelste keer uit dat hij niet weg mag lopen en trek hem zijn jas aan. Eindelijk: op naar huis!!

Als ik Micha aan het einde van de avond een kusje ga geven voordat hij gaat slapen, word ik overspoeld met zijn verhalen over de avond. Hij vond het 'pelen' leuk en praat honderduit over de 'sisjes' die in de binnenvijver van het restaurant zwommen. Lachend loop ik naar beneden, smeer een boterham met pindakaas en haal zo de geleden schade van vanavond in. Tijdens mijn wat verlate avondmaaltijd besluit ik toch maar eens wat vaker mijn innerlijke alarmbel te negeren. Want ook al ben ik versleten en lust ik nog wel twee boterhammen: merken dat je kind zo genoten heeft, maakt alles weer goed. Lekker cliché, maar wel hartstikke waar!

Dát doet mijn kind niet! Toch...?

Iedereen (her)kent het wel: de moeder die met een rood hoofd aan haar kind duidelijk probeert te maken dat het niet normaal is om midden in de supermarkt met je hoofd op de grond te gaan liggen slaan omdat je je zin niet krijgt. Als ik weer eens getuige was van een dergelijk tafereel,wist ik één ding heel zeker: míjn kind zou zoiets nooit in zijn hoofd halen.

Het is vrijdagochtend, 6:30 uur. We zitten aan tafel voor het ontbijt. Micha is erg vrolijk, waar ik behoorlijk blij mee ben. De laatste tijd kan hij nogal drammerig en zeurderig reageren. We hebben gebeden en Micha krijgt zijn boterham voorgezet. In plaats van deze lekker op te eten - zoals hij dat normaal gesproken doet - besluit hij nu het bord uit mijn handen te slaan en het op een krijsen te zetten. Papa is er al snel klaar mee en legt Micha terug in zijn bedje.

Rond een uur of één is het tijd voor de lunch. Micha krijgt zijn boterhammetje met jam voorgezet en hij besluit zich hetzelfde te gedragen als deze morgen. "Oké, dan eet je toch niet", besluit ik waarna ik Micha op de grond zet. En dan begint het. Micha stort zichzelf ter aarde en begint met zijn hoofd op de grond te bonken. Hij wordt zó boos dat niets wat ik zeg nog aankom. Ik besluit hem op de gang te zetten in de hoop dat hij daar een beetje afkoelt. Maar dat blijkt ijdele hoop. Op het moment dat ik hem van de gang kom halen, begint het drama opnieuw.

Ten einde raad bel ik een vriendin. Zij heeft vier kinderen die allemaal de tienerleeftijd hebben bereikt en deze peuterfase dus blijkbaar hebben overleefd. Ze geeft me het advies waar ik al bang voor was: volhouden! Tot twee keer toe probeer ik Micha van de gang te halen met de mededeling dat hij kan kiezen: óf rustig worden en zijn boterhammetje eten óf boos blijven en op de gang blijven zitten. Twee keer kiest hij voor de laatste optie, waarbij hij besluit alle schoenen in de gang - zo te horen met grof geweld - van een ander plekje te voorzien. De derde keer kiest hij eieren voor zijn geld, wordt rustig, kruipt bij me op schoot en eet zijn boterhammetje helemaal op.

Enigszins opgelucht ga ik na het eten naast hem op de bank zitten om een boekje met hem te lezen. Ik voel me dankbaar en behoorlijk opgelucht. Opgelucht omdat de strijd gestreden is. En dankbaar omdat Micha besloot deze confrontatie thuis aan te gaan in plaats van midden in de supermarkt…

donderdag 29 september 2011

Opgeruimd staat netjes...

We hebben een schoonmaker in dienst. Het is een klein blond mannetje met blauwe ogen en een ietwat ondeugend bekje.

Het begint 's ochtends al, zodra hij wakker wordt. Onder een luid 'Ohoooooh!' vliegen zijn knuffels één voor één zijn bedje uit, gevolgd door de dreun van zijn flesje water. Zodra hij op de commode ligt, moeten ook de spullen daar eraan geloven: alle huisraad wordt vakkundig over de rand gewerkt.

Dan volgt het moment dat hij ontdekt dat de wc-deur openstaat (Wáárom vergeet ik dat ding ook iedere keer dicht te doen?!). Met een beetje geluk ontdek ik net op tijd dat hij aan het schoonmaken geslagen is. Is dat niet het geval, dan ben ik gegarandeerd een paar wc-rollen lichter en sta ik met een vies gezicht tampons - gelukkig nog in het plastic - uit de toiletpot te vissen.

Onlangs probeerde ik van de nood een deugd te maken en Micha werkelijk te laten helpen bij het schoonmaken. Een ontzettend goed idee, als je het hem zou vragen. Meehelpen de was in de droger te doen bleek favoriet. De spullen er achter mijn rug om weer uitvissen was nóg leuker En ook het schoonmaken van de douche was erg in trek. Het stiekem leegknijpen van de shampoofles droeg hier vast aan bij....

Als ik na een dagje schoonmaken de balans opmaak, staan we zwaar in de min: niets is écht goed schoongemaakt, ik ben een paar wc-rollen lichter en de shampoofles is soort van leeg. In plaats van te balen van deze score, besluit ik het eens een keer van de positieve kant te bekijken: erg efficiënt is deze dag niet geweest, maar we hebben wél plezier gehad. En ach… dat is toch ook heel wat waard?

maandag 7 maart 2011

Draaien we niet béétje door..?

Met enige verbazing neem ik kennis van een toch wel bijzondere site: watdoetjekind.nl. Dit is dé plek voor ouders die hun kinderen middels de nieuwste locatie- en GPS-technieken 24 uur per dag in de gaten willen houden. Met het meest goedkope systeem – het bronzen pakket – kun je ‘slechts’ de sms’jes van je kind lezen en zijn of haar telefoonverkeer volgen. Maar het diamantenpakket… daar heb je pas écht wat aan! Voor het luttele bedrag van 299 euro per maand kun je een analyse maken van het gedrag dat je kind op Hyves en Facebook vertoont én via bewakingscamera’s in een groot winkelcentrum kun je hem of haar live volgen. “Zodat we onze kinderen weer echt kunnen vertrouwen” luidt de ondertitel van de nieuwe Big Brother-dienst.

Ik ben iemand die dingen voor zich moet zien en dus heb ik me een voorstelling zitten maken van hoe deze dienst in de praktijk gaat werken. Volgens de site heb ik niet zoveel nodig om mijn eigen Big Brother te creëren, namelijk alleen een kind met een mobiele telefoon. Ik geef onze zoon, om het voorbeeld maar even dichtbij te brengen, dus een nieuw mobieltje. Als ik besluit dat ik mijn kind niet vertrouw – wat overigens echt niet gaat veranderen als ik hem 24 uur per dag stalk – dan vertel ik hem natuurlijk niet dat ik hem ga volgen. Gaat hij namelijk z’n best weer doen om de hele boel te omzeilen en gooi ik alsnog 299 euro per maand over de balk. Het geld groeit me niet op de rug!

Vervolgens kom ik erachter dat mijn zoon gezegd had naar een vriendje te gaan, maar in plaats daarvan gaat hij naar het winkelcentrum (dat zie ik via de daar aanwezige beveiligingscamera’s). Boos dat ik ben! Want ja, hij heeft tegen me gelogen. Zoonlief komt thuis en ik moet het gesprek met hem aangaan. Tja… hoe ga ik dat nu aanpakken om ervoor te zorgen dat hij niet merk dat ik alles wat hij doet volg en controleer zonder dat hij erachter komt dat hij een GPS-systeem bij zich draagt?

Lieve mensen, het moet me toch even van het hart: draaien we als ouders niet een béétje door? Mij was je al kwijt toen de peuterkniebeschermers op de markt kwamen, maar nu moet het echt niet veel gekker meer gaan worden. Is het niet veel logischer om te werken aan een open relatie met je kind zodat het met je communiceert? Er rechtstreeks naar te vragen als je je vragen hebt bij zijn of haar verhaal? Ik zou zeggen: investeer in de relatie en zorg dat je je kind kent. Dan ben je volgens mij al een behoorlijk eind op weg…

maandag 17 januari 2011

Wat een drama!

Eén jaar is Micha alweer. Hét moment om allerlei clichés op tafel te gooien en er hard achteraan te roepen hoe waar die blijken te zijn als ik terugkijk op een jaar moederschap. Bijvoorbeeld dat je pas écht geniet als je kind ook geniet. Maar in plaats daarvan ga ik het hebben over taart.

Ongeveer een half jaar geleden besloot ik dat ik zelf een taart wilde maken voor Micha’s verjaardag. En dan bedoel ik niet zomaar een taart. Nee… een compleet kunstwerk. Een racecircuit zou het gaan worden. Met minimaal drie auto’s van marsepein. In verschillende kleuren natuurlijk. Finishvlaggen moesten de rand gaan sieren. En Micha’s naam plus de tekst ‘Hoera!’ maakten het geheel compleet. Het enige wat ik even moest doen was het aanschaffen van materialen. Zo gezegd, zo gedaan. Een week voordat Micha jarig was, kon ik aan de slag met het maken van de auto’s.

Fase één verliep redelijk. De auto’s van marsepein wist ik in één avond in elkaar te kleien. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik een homp marsepein weg moest gooien omdat ik niet van te voren bedacht had dat ik bij het werken met kleurstoffen geen druppeltje geel moest laten vallen op mijn zojuist rood gekleurde marsepein, maar ach… beginnersfoutje zullen we maar zeggen. De tweede fase bestond uit het bakken van de taart zelf. Wat één van de makkelijkste fases leek te worden, monde uit in een klein drama. De taart verbrandde aan de bovenkant en toen ik het bovenste stuk eraf sneed – ik ben niet voor één gat te vangen – wachtte mij daar een onaangename verrassing. Vanuit een grote, gapende kuil staarde drie rauwe eieren mij vriendelijk aan. Juist… nog maar een poging wagen dan. Ik paste wat tips toe van het taartenbakforum en ja hoor: gelukt! Een prachtige taart. Mijn dag kon niet meer stuk.

Tijd voor fase drie: vullen, bekleden en decoreren. Dat zou me toch wel een uur of twee kosten. Dat ik niet goed kan schatten heb ik altijd al geweten, maar nu had ik het echt bij het verkeerde eind. Het vullen en afstrijken kostte me twee uur, het bekleden en decoreren nog eens twee. Wat blijkt? Niet alle tips die je van internet haalt werken! De details zal ik je besparen, maar neem van mij aan dat het niet van een leien dakje ging. Tegen 23:00 uur ’s avonds had ik hem dan eindelijk klaar: de taart voor Micha’s eerste verjaardag. Al met al had het me een uur of twintig werk gekost. Wat een drama!

De avond na Micha’s verjaardag laat ik de dag nog eens de revue passeren. Het leukste moment? Toen Micha me aankeek met zijn glimmende oogjes en een blauw bekje van de marsepein. Wat genoot ‘ie van de taart die mama voor hem gemaakt had! Mijn hart smolt toen ik hem in zijn lieve, opgetogen oogjes keek. En dus zit er niets anders op dan volgend jaar weer een taart te maken. Waarom? Omdat alle clichés over mama-zijn nu eenmaal kloppen…